Als spelen leren wordt

Als kinderen spelen, leren ze. En kinderen spelen het liefst de hele dag door. Hoe kan het dan dat kinderen school ervaren als een onderbreking van hun spel? Wat gaat hier mis? Een pleidooi van Evert Hoogendoorn, gamedesigner bij de IJsfontein en Programmaleider Ludodidaktiek HKU, voor ‘playfull learning’ op de basisschool.

Het onderwijs heeft de afgelopen decennia veel veranderingen ondergaan. Nieuwe methodes, nieuwe digitale middelen, nieuwe didactiek… Maar het basisontwerp van het onderwijs is hetzelfde gebleven. We zetten een groep leerlingen in een lokaal, gedurende een vastgelegd aantal uren per jaar en geven een leerkracht de zorg hen iets te leren. Want zo krijg je een ontwikkeld kind. Toch?

Een nieuw concept

Toen ik na mijn studie ging werken in Bolivia kreeg ik te maken met een situatie waarin niets van dit onderwijsconcept voorhanden was. De lokalen hadden geen deuren of ramen. Er waren ouderwetse schoolbanken om te zitten en het schoolbord was zo oud dat je er niet meer op kon schrijven. De kinderen kwamen naar school, tenzij ze moesten werken. Mijn opdracht was een methode te ontwikkelen voor taalonderwijs.
Ik ontdekte toen dat voor kinderen taalonderwijs geen doel is. Een kind loopt van nature niet warm voor grammatica, spelling of zinsopbouw. Waar ze wel warm voor lopen is vertellen en ze willen gehoord worden. Als jij weet dat wat jij opschrijft straks als boekje in de klas van je broertje komt te liggen dan doe je echt wel je best om goed werk te leveren. De omstandigheden op de school in Bolivia dwongen mij het onderwijs zoals ik dat geleerd had te geven, opnieuw te ontwerpen.

Leren van games

Nadat ik terug was in Nederland heb ik vele gesprekken gevoerd met name met mijn collega op de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, Willem Jan Renger. Het ging over wat er mis is met het huidige onderwijsontwerp en de vraag wat wel zou werken. Toen wij samen op een gameconferentie in Amerika waren viel het kwartje. Het theoretische kader en jargon van het gamen paste precies op het onderwijsontwerp waar wij over nadachten. Games hebben een glashelder doel dat kinderen motiveert. Op basis van dit doel bedenken kinderen een strategie en proberen deze uit. De game geeft onmiddellijk feedback. Klopt je strategie, dan ga je door. Klopt hij niet dan verbeter je die. Je maakt net zo lang fouten tot je strategie klopt. En dan heb je geleerd: je weet hoe het moet. Games motiveren kinderen om te leren.
Wat doet het onderwijs? Geven we de leerling een helder doel waar hij warm voor loopt? Niet echt. Later iets belangrijks kunnen worden? Later motiveert een kind niet als het nu is. Spellingsregels beheersen? Dat geeft een kind geen vleugels. Al deze leerdoelen zijn ónze doelen, maar niet die van kinderen. En ze motiveren hen dus ook niet. Laat het onderwijs leerlingen zelf uitzoeken wat de juiste strategie is? Nou nee, we geven hen een stappenplan dat ze moeten aflopen. En als een kind dit stappenplan fout toepast, geven we dan onmiddellijk feedback en laten het hem over doen? Zeker niet! We geven hem een onvoldoende. En daarna gaan we snel door met het volgende onderdeel van de methode want de stof moet erdoor

Autonomie

Dat zou ook anders kunnen. Maar daarvoor moeten we het bestaande onderwijsconcept loslaten. We geven de leerlingen hun autonomie terug en laten hen zelf hun strategieën ontdekken. We laten hen fouten maken en hun strategie bijstellen, net zo lang tot ze de juiste werkwijze te pakken hebben. Maar we geven ze wel heldere doelen. Ook Nederlandse kinderen willen hun verhaal vertellen. Maak dat tot doel van de taalles, niet de spellingsregels automatiseren, niet de grammatica stampen, niet de regels voor zinsopbouw leren. Dat zijn voor kinderen geen heldere doelen. Je verhaal vertellen, dat is helder. Rekenen? Vaag! Maar je eigen bedrijf leiden, dat is helder. Daar willen ze wel een stapje extra voor doen.
Als je op deze wijze onderwijs gaat geven zijn er twee dingen die je los moet laten. Je laat los dat je het resultaat van het leerproces vooraf kunt voorspellen. Je gaat experimenteren en bij experimenten horen fouten. Je weet dat kinderen gaan leren, maar je weet niet precies hoe en wat. Het leerproces wordt belangrijker dan het resultaat. Het tweede dat je loslaat is dat je als docent een centrale rol hebt in de klas. Jij bent niet langer degene die de kennis heeft en de vragen beantwoordt. Je ontwerpt het systeem en wijst de weg, maar geeft de leerling binnen die kaders zijn eigen autonomie terug.

Loslaten

Loslaten is moeilijk, maar je krijgt er veel voor terug: tijd, energie en persoonlijke ontwikkeling. Hoe zelfstandiger de leerlingen werken hoe meer tijd jij kunt steken in het voorbereiden van nieuw onderwijs, het begeleiden van leerlingen die je extra nodig hebben. Je kunt systemen bedenken waardoor leerlingen elkaar betere feedback gaan geven. Of je kunt het speelveld voor leren in jouw klas nog optimaler maken.
Ik heb die tijd onder meer gebruikt om een spel te ontwerpen, dat nu al drie jaar lang toetsen overbodig maakt. Het is een kaartspel waarbij de spelers alle stof uit mijn vak leren kennen, en met alle andere kennis in verband leren toepassen. Spelers proberen steeds aan elk stukje informatie een van de kaarten in hun hand te verbinden. Daarbij beoordelen ze elkaar en leren beargumenteren wat hun keuzes zijn. Ik geef het kaartspel op de eerste dag van mijn vak en de praktijk leert dat ze meteen beginnen met spelen, ook al is de theorie nog lang niet allemaal behandeld. Ze leren presenteren, communiceren, reflecteren en dat allemaal terwijl ze spelen. Ze worden steeds beter naarmate ze het spel vaker spelen. Sinds ik het kaartspel introduceerde heeft nog geen enkele leerling een onvoldoende gehaald. Ze leren, ze hebben er lol in én ze excelleren!

Cultuurvakken

Ik zie bij de cultuurvakken een uitgelezen kans om deze verandering in te zetten. Spel, nieuwsgierigheid en autonomie zijn onlosmakelijk verbonden met kunst en cultuur. Bij kunst en erfgoed is focussen op het proces in plaats van het resultaat, reflecteren, samenwerken en communiceren integraal onderdeel. Geen dramales zonder spelen. Juist bij kunst en erfgoed geef je de leerling zijn autonomie en viert zijn mislukkingen, zodat hij ervan leert en nieuwe strategieën bedenkt. Cultuureducatie is het mooiste voorbeeld van wat ‘playfull learning’ het onderwijs te bieden heeft. Grijp het met beide handen aan.

Dit artikel werd gepubliceerd in Prikkels over Loslaten